Vogelmalaria, dat voorkomt bij vogels, wordt veroorzaakt door verschillende soorten Plasmodium parasieten. De mens is niet gevoelig voor vogelmalaria. Zieke vogels vertonen symptomen als het bol in de veren zitten, kortademigheid, uitdroging en plotselinge sterfte.
Zie ook het bericht over vogelmalaria op Nature Today
Vogelmalaria kan worden veroorzaakt door veel verschillende soorten Plasmodium, een geslacht van eencellige parasitaire protozoën. De soorten die malaria bij vogels veroorzaken, verschillen van de soorten die mensen infecteren. De best bestudeerde soort is P. relictum; de levenscyclus van deze ziekteverwekker wordt waarschijnlijk gedeeld door andere soorten vogelmalariaparasieten. Twee gastheren zijn nodig voor de voltooiing van de levenscyclus van Plasmodium; de seksuele stadia vinden plaats in de darmen van muggen (waaronder Culex- en Anopheles-soorten) en de aseksuele stadia van de parasiet, die ziekte kunnen veroorzaken of inactief kunnen blijven, worden geproduceerd in vogels die via een muggenbeet zijn geïnfecteerd.
Veel vogelsoorten, met name zangvogels, zijn vatbaar voor infectie met vogelmalariaparasieten. De ernst van de ziekte varieert afhankelijk van de veroorzakende parasietenstam en de vogelsoort.
In landen waar vogelmalariaparasieten voorkomen, lijken de inheemse vogelsoorten vaak samen met de parasieten geëvolueerd te zijn, waardoor infectie niet noodzakelijkerwijs tot ziekte leidt. Recent onderzoek van merels in Oostenrijk toonde aan dat malaria-gerelateerde orgaanschade werd aangetroffen bij 15% van de exemplaren, wat vermoedelijk de doodsoorzaak van deze vogels was. De onderzoekers zijn van mening dat deze relatief lage incidentie van sterfte door vogelmalaria bij wilde vogels geen bedreiging vormt voor de wilde vogelpopulaties. Belangrijker nog, inheemse vogelsoorten fungeren vaak als reservoir van infectie, die, indien overgedragen door de beet van een besmette mug op een niet-inheemse soort, ernstige ziekte kan veroorzaken. Vogelmalariaparasieten komen bijvoorbeeld niet voor op Antarctica, waardoor pinguïns niet samen met deze parasiet geëvolueerd zijn. Dit betekent dat een infectie bij pinguïns in dierentuincollecties in de rest van de wereld fataal kan zijn.
Beschadiging van rode bloedcellen kan leiden tot bloedarmoede en zwakte. Beschadiging van witte bloedcellen en immuunorganen zoals de milt kan resulteren in een verzwakt immuunsysteem, waardoor geïnfecteerde vogels vatbaar worden voor secundaire infecties.
Vogels raken besmet wanneer ze gebeten worden door een besmette mug. Muggen krijgen de parasiet vervolgens binnen wanneer ze bloed zuigen van besmette vogels. De parasiet vermenigvuldigt zich in de darmen van de mug en de besmettelijke stadia (sporozoïeten) migreren naar de speekselklieren, waar ze worden geïnjecteerd wanneer het insect zich voedt. In de vogel kan de parasiet een breed scala aan cellen binnendringen en verschillende ontwikkelingsstadia doorlopen. Belangrijk is dat zowel rode als witte bloedcellen besmet kunnen raken en door muggen worden opgenomen tijdens hun bloedmaaltijd, waarmee de levenscyclus wordt voltooid.
Met uitzondering van Antarctica komen vogelmalariaparasieten overal ter wereld voor.
Geen berichten gevonden.