De RSPB (Britse vereniging voor vogelbescherming) geeft aangescherpt advies om tuinvogels beter te beschermen tegen ziekten, zoals trichomoniasis, ‘het Geel’. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de Trichomonas parasiet. De ziekte heet ‘het Geel‘ omdat deze parasiet beschadigingen in de keelholte, slokdarm en krop kan veroorzaken welke er gelig uitzien. Door de beschadigingen kan de vogel slecht slikken, en speeksel en teruggebraakt voedsel met de parasiet uit de bek naar buiten komen. De parasiet kan dan direct op andere vogels overgedragen worden, of indirect via voer en water. Hierdoor kunnen er uitbraken ontstaan rondom voederplaatsen waar veel vogels samenkomen. Sommige soorten, zoals de groenling, zijn mogelijk mede door deze ziekte in aantal afgenomen (1).

zieke groenling met het Geel
Groenling geïnfecteerd met de Trichomonas parasiet. Fotograaf: Ine Ten Wolde

Bij het DWHC zien we een toename in meldingen van dode en zieke Groenlingen in de maanden april en mei (zie figuur). In 2026 hebben we tot nu toe de ziekte Het Geel aangetoond in een Groenling en een Turkse Tortel. Om de verspreiding en het voorkomen van deze ziekte nauw te kunnen volgen, willen we graag in de maanden april en mei meer Groenlingen en andere vinkachtigen ophalen voor pathologisch onderzoek. Hiernaast zijn we altijd op zoek naar foto’s van wilde dieren en dus ook Groenlingen, zowel ziek als gezond, om te gebruiken voor onze berichten en educatieve doeleinden. Deze kunnen gestuurd worden naar dwhc@uu.nl.

Ziekteverspreiding onder tuinvogels beperken

De belangrijkste boodschap van de RSPB is dat je vogels op een bewuste en hygiënische manier moet voeren, waarbij het seizoen een belangrijke rol speelt. Als de strenge wintermaanden voorbij zijn wordt aangeraden om geen zaden en pinda’s te geven, omdat dit veel vogels tegelijk aantrekt en zo het risico op besmetting vergroot. In deze maanden kun je eventueel wel kleine hoeveelheden ander voedsel aanbieden, zoals meelwormen of vetproducten.

Daarnaast is hygiëne essentieel om vogels gezond te houden. Voederplaatsen en waterbakken moeten regelmatig worden schoongemaakt en het is belangrijk om ze af en toe te verplaatsen. Geef niet meer voedsel dan vogels binnen één tot twee dagen kunnen opeten, zodat er geen resten blijven liggen waarin ziekteverwekkers zich kunnen ophopen. Ook wordt aangeraden om platte voedertafels te vermijden, omdat die sneller vervuilen. Zorg er verder voor dat het voedsel droog blijft, ververs dagelijks het water en probeer vogels te spreiden door op meerdere plekken te voeren.

Tot slot benadrukt de RSPB dat je vogels ook kunt helpen door je tuin natuurlijker in te richten, met planten die voedsel zoals zaden en insecten opleveren. Zo zijn vogels minder afhankelijk van bijvoeren en verklein je de kans op ziekteverspreiding.

Referentie

  1. Rijks, J. M., Laumen, A. A., Slaterus, R., Stahl, J., Gröne, A., & Kik, M. L. (2019). Trichomonosis in greenfinches (Chloris chloris) in the Netherlands 2009–2017: A concealed threat. Frontiers in Veterinary Science6, 425. https://doi.org/10.3389/fvets.2019.00425