Binnen de huidige uitbraak van het Westnijlvirus (WNV) zijn inmiddels 27 positieve resultaten binnen van dood gevonden wilde vogels gemeld bij het DWHC. Het gaat hier voornamelijk om kraaiachtigen (kauwen, kraaien, en eksters), maar er is ook een positieve roofvogel, een havik, gevonden.

Verspreidingskaart van resultaten naar het Westnijlvirus onder dode wilde vogels tussen 14 augustus en 10 september 2026.

Bekijk een overzicht van de actuele bevestigde aantallen van westnijlvirusinfecties bij mensen, paarden, vogels en muggen op de website van het RIVM.

Help met de uitbraak in kaart brengen: blijf melden

We zijn momenteel vooral geïnteresseerd in vogels uit gebieden waar nog geen WNV is vastgesteld. Tegelijkertijd willen we de verhoogde sterfte in gebieden waar WNV al wel is aangetoond blijven volgen. Blijf daarom ook in bekende gebieden melden, zodat we de situatie goed kunnen monitoren.

Omdat we een beeld hebben van de uitbraak in bepaalde gebieden richten we ons momenteel bij het aannemen van vogels voor onderzoek vooral op nog onbekende gebieden.

Waar moet je op letten als je met (wilde) vogels werkt?

Op dit moment valt vooral sterfte onder kraaiachtigen op, zoals kraaien, kauwen en eksters. Ook andere vogelsoorten kunnen besmet raken.

Vogels besmet met het westnijlvirus kunnen de volgende ziekteverschijnselen laten zien:

  • zwakte of sloomheid;
  • sterke vermagering;
  • verminderd reageren op de omgeving;
  • wankelen of ongecoördineerd bewegen;
  • problemen met staan, lopen of vliegen;
  • trillen of afwijkende bewegingen van kop of nek;
  • andere neurologische verschijnselen;
  • plotseling overlijden.

De ziekteverschijnselen kunnen sterk variëren. Een vogel kan bijvoorbeeld nog vliegen, maar duidelijk minder alert of ongecoördineerd zijn. Er is geen specifieke behandeling tegen WNV. De behandeling bestaat uit ondersteunende zorg. Ook vogels met neurologische verschijnselen kunnen herstellen, maar bij ernstige neurologische klachten is de prognose minder gunstig.