Begin juli 2026 werd in Gelderland een wild zwijn gezien met huidafwijkingen. Het dier is na zijn dood onderzocht bij het DWHC. Het volwassen mannelijke wild zwijn was in een goede conditie met normale bespiering en vetreserves. Uit het onderzoek bleek dat het zwijn last had van schurft, veroorzaakt door de schurftmijt (Sarcoptes scabiei, zie figuur). De huid van het dier was ernstig ontstoken door de schurftmijt met daarnaast een secundaire bacteriële infectie.

Schurft is zeer besmettelijk en verspreidt zich vooral via direct contact tussen dieren. Geïnfecteerde dieren hebben vaak een verdikte huid met korsten, haaruitval en ernstige jeuk. De schurftmijt is soortspecifiek; de mijt van het wilde zwijn kan wel tijdelijk jeukende huidklachten bij mensen veroorzaken, maar kan hier niet voor langere tijd overleven. Indirecte overdracht via de omgeving is mogelijk, maar komt weinig voor.

Figuur: Microscopisch beeld van de schurftmijt in de huid van een wild zwijn | Foto: DWHC

Schurftmijt in wilde dieren in Nederland

Het DWHC heeft schurftmijt al eerder in Nederland aangetoond. Tussen 2014 en 2018 werd Sarcoptes scabiei (vulpes) jaarlijks gevonden bij vossen in een specifiek gebied in Limburg. In 2018 werd de schurftmijt aangetoond bij een wild zwijn in Gelderland; in dit geval ging het om Sarcoptes scabiei (suis). Een jaar later werd bij een egel in Gelderland Caparinia tripilis gevonden. Dit is een andere soort schurftmijt en is specifiek bekend als een mijt die bij egels voorkomt.

Van 2020 t/m 2025 is schurftmijt niet meer aangetoond bij door het DWHC onderzochte dieren. De vondst bij dit wilde zwijn in Gelderland is daarmee de eerste bevestiging van schurftmijt in een wild dier sinds 2019.