De afgelopen maanden waren erg drukke maanden voor de zeezoogdier onderzoekers van de faculteit diergeneeskunde; vijf bijzondere strandingen van vier verschillende soorten cetaceeën! De eerste was een jonge vrouwelijke tuimelaar welke eind juni strandde in de Oosterschelde. Tuimelaars zijn tegenwoordig uniek in onze wateren. Dit dier was waarschijnlijk levend gestrand en de sectie was kort na de dood uitgevoerd. De reden van het stranden bleef helaas onduidelijk en verder histologisch onderzoek zal nog plaats vinden. Maag- en darminhoud zullen worden onderzocht door Imares op Texel, om na te gaan of het dier nog recent gegeten had voordat ze overleed.
Een vierde walvis kwam slechts twee dagen later: een jonge gewone vinvis werd de haven van Rotterdam binnen gevaren op de boeg van een container schip. Deze vinvis is waarschijnlijk bij de golf van Biskaje op de boeg van dit schip beland, omdat vinvissen daar in grotere getallen voorkomen en het schip hier vandaan kwam. De walvis was waarschijnlijk al enkele dagen (3-5) dood voordat onderzoekers van de UU het dier konden onderzoeken. Vanwege financiële beperkingen konden niet alle organen verzameld worden. Wel zijn er monsters genomen van de longen, het hart, de lever, darmen, maag, lymfe knopen, spier en blubber. De maag en slokdarm waren gevuld met rode inhoud (waarschijnlijk krill). Dit was een teken van recent foerageren wat betekent dat het dier in goede fysieke toestand was, en in staat om nog eten te vinden. Ook opmerkelijk was een interne bloeding onder de huid waar het dier door het schip was geraakt. Helaas is het vanwege de rotting van het dier moeilijk te bevestigen wat deze bloeding betekent. Hopelijk kan het histologisch onderzoek helpen bij het beantwoorden van deze vraag.


