Op deze pagina staat eerst algemene informatie over de ziekte. Door te klikken op de groene balk, wordt de onderliggende tekst zichtbaar.
Nieuwsberichten, DWHC-onderzoeksresultaten, documenten en literatuur die betrekking hebben op deze ziekte en op de DWHC-website te vinden zijn, staan onder de algemene informatie weergegeven.
Teken-encefalitis, ook wel bekend als FSME, de afkorting voor Frühsommer-Meningo-enzephalitis, of onder de Engelse naam Tick-borne encephalitis (TBE), is een ziekte die wordt veroorzaakt door een zogenaamd flavivirus. Van het FSME virus zijn een aantal subtypes bekend, waaronder de westelijke (FSME) en de oostelijke (RSSE) variant. RSSE staat voor Russian spring summer encephalitis. De oostelijke variant is virulenter (ziekmakender) dan de westelijke variant. Daarnaast bestaat nog het nauw verwante Louping ill virus (LIV).
Mensen en honden zijn beide vatbaar zijn voor TBEV-ziekte. Andere zoogdieren, zoals runderen en schapen, kunnen ook besmet raken met het virus, maar vertonen doorgaans geen ziekteverschijnselen. Kleine knaagdieren fungeren als reservoirgastheren voor het virus en vormen zo een continue infectiebron voor teken. Andere soorten, waaronder egels, hazen, reeën en jonge vossen, worden beschouwd als indicatorsoorten. Deze dieren kunnen besmet raken, maar ontwikkelen geen ziekte en besmetten geen teken. Deze indicatorsoorten dragen indirect bij aan het voortbestaan van het virus door de overleving van teken te ondersteunen.
Besmetting van TBEV bij niet-humane dieren is weinig beschreven, maar geven neurologische symptomen zoals trillingen en epileptische aanvallen.
Dieren raken besmet met het tekenencefalitisvirus (TBEV) door de beet van een besmette teek. Teken raken besmet door het bijten van besmette dieren. De overleving van de teek wordt beïnvloed door de populatiegrootte van knaagdieren en wilde en gehouden schapen, runderen en herten, evenals de weersomstandigheden. Schommelingen in deze en andere omgevingsfactoren beïnvloeden het aantal gevallen van tekenencefalitis bij mensen.
Bij mensen tast een infectie met TBEV de hersenen en het ruggenmerg aan. Dit kan ernstige acute of chronische neurologische aandoeningen veroorzaken. De symptomen zijn vaak het ernstigst bij volwassenen en ouderen en beginnen met een eerste fase van griepachtige verschijnselen kort na de infectie. Een deel van de geïnfecteerden krijgt later een tweede ziektefase, waarbij het virus het zenuwstelsel infecteert. Dit kan leiden tot verschillende symptomen, waaronder hoofdpijn, visuele stoornissen en soms verlamming van de ledematen, mogelijk zelfs coma. Vanwege de potentiële ernst van de infectie bij mensen is TBEV een meldingsplichtige ziekte volgens de Europese wetgeving.
Meer informatie over teken-encefalitis bij de mens, is te vinden op de website van het RIVM.
De mens loopt het virus voornamelijk op via teken. In West-Europa is het de schapenteek (Ixodes ricinus) die FSME overdraagt. Behalve via een tekenbeet, kan de mens de ziekte ook oplopen door het drinken van rauwe melk of het eten van rauwmelkse kaas.
Het virus zit in de speekselklieren van de teek en kan kort na vasthechten van de teek worden overgedragen.


Op de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering staat informatie voor reizigers m.b.t. tekenencefalitis. Ook kan op hun website per land gezocht worden naar informatie.
Teken-encefalitis komt voor in Noord-, Centraal- en Oost-Europa, Rusland en bepaalde gebieden in Centraal-Azië. Vooral in Midden- en Oost-Europa en Zuid-Scandinavië bevinden zich hoog-risicogebieden.
Klik op deze link voor de pagina op de website van het Robert Koch Institut waarop de actuele kaart van de FSME-risicogebieden in Duitsland te vinden is.
Aangezien de kans op een TBEV-infectie samenhangt met de kans op blootstelling aan teken, moeten mensen het risico op tekenbeten minimaliseren. Dit kan bijvoorbeeld door gebieden met hoog gras of bladeren te vermijden en door zichzelf, huisdieren en buitenuitrusting grondig te controleren na terugkomst van buitenactiviteiten.