Ziekte: Salmonella

Ziekteverwekker

Salmonellose is de ziekte veroorzaakt door een infectie met bacteriën uit het geslacht Salmonella. Er worden twee soorten Salmonella onderscheiden: S. enterica en S. bongori. Bij warmbloedige dieren wordt salmonellose doorgaans veroorzaakt door verschillende serotypes van de enterica-ondersoort van S. enterica. Deze gramnegatieve, niet-sporenvormende bacteriën worden in de omgeving gemakkelijk gedood door hoge temperaturen en standaardontsmettingsmiddelen.

Gevoelige diersoorten

Salmonella kan een breed scala aan vogel-, zoogdier-, reptiel- en amfibiesoorten infecteren.

Infecties zijn gerapporteerd bij veel Europese wilde zoogdiersoorten, waaronder wilde zwijnen, Europese hazen, dassen, vossen, egels, knaagdieren en in mindere mate herten. Een breed scala aan subtypen van de ondersoort S. enterica enterica is bij deze gevallen geïsoleerd, wat de typen Salmonella weerspiegelt die in de omgeving circuleren.

Salmonellose bij wilde vogels staat ook bekend als aviaire paratyfus en, wanneer geassocieerd met sterfte, wordt deze meestal veroorzaakt door het typhimurium-serotype van S. enterica enterica. Uitbraken zijn gerapporteerd in veel Europese landen, met name hoge infectie- en sterftecijfers bij zangvogels zoals vinken en mussen, terwijl andere soorten zoals meeuwen de bacteriën vaak dragen in hun darmen zonder ziek te worden.

Symptomen dieren

Infectie met Salmonella spp. kan zorgen voor een breed scala aan ziekteverschijnselen, van een niet-klinische dragerstatus tot peracute bloedvergiftiging (sepsis) en overlijden. Het type ziektebeeld dat zich ontwikkelt hangt af van factoren zoals de hoeveelheid ingenomen bacteriën, de leeftijd en gezondheidstoestand van het dier, en de serotype van de bacteriën.

Bij zangvogels veroorzaakt een infectie vaak ernstige laesies in het bovenste maag-darmkanaal (krop en slokdarm), waar de bacteriën het lichaam binnendringen. Vervolgens verspreiden de bacteriën zich via het bloed naar andere organen, waarbij laesies vooral in de lever en milt optreden, gevolgd door overlijden door bloedvergiftiging. Vaak worden vogels niet net voor hun dood waargenomen, maar de symptomen omvatten onder andere lusteloosheid, opgezette veren, en gesloten ogen.

Bij zoogdieren kunnen de klinische verschijnselen, afhankelijk van de ernst van de infectie en het bacteriële serotype, bestaan uit diarree en gewichtsverlies (gerelateerd aan schade aan de darmen, waar de bacteriën het lichaam binnendringen). Bij de septische vormen zijn ziekteverschijnselen te zien zoals lethargie (extreme vermoeidheid), verminderde eetlust, abortus, diarree en sterfte.

Besmetting dieren

Aangezien Salmonella bacteriën voornamelijk in het maag-darmkanaal zitten en via ontlasting in de omgeving terechtkomen, vindt besmetting meestal plaats door het inslikken van met ontlasting verontreinigd voedsel of water. Bij meeuwen kan dit gebeuren door het eten van afval op vuilstortplaatsen of bij riooluitlopen; roofvogels kunnen geïnfecteerd raken door het eten van kadavers van besmette dieren; tuinvogels die vaak bij voedertafels komen, vooral soorten die voedsel op de grond naar zaden of kruimels zoeken, kunnen besmet raken door fecale verontreiniging van deze foerageerplekken en om deze reden komen uitbraken onder zangvogels vooral voor tijdens de wintermaanden. Carnivoren zoals katten en vossen kunnen besmet raken na het eten van geïnfecteerde prooidieren, zoals wilde vogels.

Hoewel minder gebruikelijk, is ook besmetting via de slijmvliezen van de ogen, neus en mond gerapporteerd.

Symptomen mensen

Net als in andere diersoorten, kan een salmonella-infectie bij mensen verschillende symptomen veroorzaken, variërend van een subklinisch dragerstatus tot zelflimiterende gastro-enteritis (een acute ontsteking van de maag- en darmwand die vanzelf overgaat), diarree en braken, en in ernstige gevallen bloedvergiftiging.

Besmetting mensen

Salmonella is een zoönose. Mensen raken vaak besmet door het eten van voedsel of drinken van water dat besmet is met de bacterie. Van wilde vogels wordt gedacht dat deze ook een belangrijke oorzaak voor infectie zijn, via zowel direct als indirect contact zoals handen die in contact zijn geweest met vogelfeces of dieren die contact hebben gehad met een vogel.

Geografische verspreiding

Salmonella komt wereldwijd voor bij dieren en mensen en kan overleven in bepaalde omgevingen die verontreinigd zijn door menselijke activiteiten, zoals ruw rioolwater (onbehandeld afvalwater), intensieve veeteeltpraktijken en bepaalde vormen van afvalverwerking.

Hoewel bekend is dat de bacterie wereldwijd voorkomt, wordt het infectieniveau bij wilde dieren gemonitord om informatie te verkrijgen over bijzonder hoge concentraties Salmonella in specifieke gebieden of populaties.

Voorzorgsmaatregelen

Op internationaal niveau moeten Europese lidstaten toezicht houden op de prevalentie van Salmonella op varkens- en pluimveebedrijven, aangezien deze worden gezien als een belangrijke besmettingsbron voor wilde dieren. Daarnaast zijn strikte methoden voor knaagdierbeheersing vereist om de verspreiding van infecties van landbouwhuisdieren naar lokale wilde dieren tegen te gaan. Nationaal moeten landbouwpraktijken en methoden voor afval- en rioolwaterverwerking strikt worden gereguleerd om milieuverontreiniging te voorkomen.

Individueel risico kan worden geminimaliseerd door goede hygiëne: bijvoorbeeld handen grondig wassen na contact met dieren en vogels, vooral voor het eten, en ervoor zorgen dat vogels en huisdieren uit de buurt van voedselbereidingsruimtes worden gehouden.

Tips voor het voeren van tuinvogels:

  • Maak voederplaatsen en voedertafels dagelijks schoon en ontsmet ze regelmatig met een middel zoals verdund huishoudelijk bleekmiddel (5% natriumhypochloriet); spoel ze grondig af en laat ze drogen voordat nieuw voedsel wordt gegeven
  • Verplaats voederplaatsen regelmatig om te voorkomen dat voedselresten en uitwerpselen zich op één plek ophopen
  • Spoel vogelbadjes dagelijks uit en laat ze drogen voor ze opnieuw te vullen
  • Tijdens een uitbraak moet het voeren worden verminderd of 2-4 weken worden gestopt
  • Draag wegwerphandschoenen bij het hanteren van dode vogels en tijdens het schoonmaken; was daarna grondig uw handen, vooral voor het eten of drinken

Externe informatie

Onderzoeksresultaten

Projecten

Overige berichten

Geen berichten gevonden.

Documenten en Publicaties

Geen publicaties gevonden.