Ziekte: Q koorts

Ziekteverwekker

Q-koorts is een zoönotische ziekte die wordt veroorzaakt door een infectie met de bacterie Coxiella burnetti. Deze bacterie komt wereldwijd voor bij huisdieren, met uitzondering van Nieuw-Zeeland. Het bewustzijn rondom de rol die wilde dieren spelen bij het in stand houden van deze ziekte groeit.

Gevoelige diersoorten

De ziekte is het best gekarakteriseerd bij gedomesticeerde herkauwers zoals schapen, geiten en runderen, maar kan een breed scala aan wilde en gedomesticeerde diersoorten infecteren, waaronder katten en honden.

Er zijn recente meldingen van infectie of blootstelling aan de bacterie bij verschillende Europese wilde diersoorten, waaronder trekvogels op Cyprus, wilde herten en wilde schapen in Tsjechië, Slowakije en Spanje, bizons in Polen, bruine ratten in het Verenigd Koninkrijk en wilde konijnen, hazen, wilde zwijnen en roofvogels in Spanje. In Nederland is een C. burnetti-infectie aangetroffen bij reeën die door het DWHC zijn onderzocht.

Ook mensen kunnen met deze bacterie besmet raken.

Symptomen dieren

Infectie met de C. burnetti bacterie kan subklinisch zijn. Het dier laat dan geen zichtbare symptomen zien. Echter kan het bij sommige dieren acute ziekteverschijnselen veroorzaken.

De bacterie C. burnetti heeft een voorkeur voor de melkklieren en de placenta. Geïnfecteerde drachtige dieren kunnen een miskraam krijgen of doodgeboren jongen ter wereld brengen. Deze dieren kunnen een periode van koorts en verminderde eetlust krijgen, maar herstellen over het algemeen spontaan. Dit ondanks ze alsnog geïnfecteerd blijven en de bacterie mogelijk uitscheiden via melk, vruchtwater, urine en ontlasting. Wanneer antistoffen aanwezig zijn, kan herinfectie of het opnieuw opduiken van een latente infectie zonder klinische symptomen verlopen.

Geïnfecteerde katten kunnen een korte periode van koorts, verminderde eetlust en lusteloosheid hebben.

Besmetting dieren

Dieren raken besmet via direct contact met besmette dieren of indirect via contact met voedsel of strooisel dat besmet is met infectieuze deeltjes. Verspreiding van infectieuze deeltjes door de wind is ook een belangrijke besmettingsroute. Daarnaast is de bacterie ook aangetroffen in verschillende tekensoorten en wordt vermoed dat tekenbeten een andere mogelijke besmettingsroute zijn.

Symptomen mensen

De meeste mensen die besmet raken, ervaren één tot drie weken na blootstelling geen of slechts milde ziekteverschijnselen en herstellen vaak zonder behandeling. Degenen die in de acute fase ziek worden, kunnen algemene ziektesymptomen vertonen, zoals hoofdpijn, spierpijn, nachtzweten en koorts; bij sommige patiënten wordt ook een atypische longontsteking beschreven. Bij zwangere vrouwen kan het leiden tot een miskraam. De behandeling is meestal effectief om de infectie te bestrijden, maar er kunnen complicaties optreden. Daarnaast kunnen sommige mensen een chronische ziekte ontwikkelen die zich pas jaren na de infectie manifesteert; symptomen kunnen onder andere infecties van het hart, de gewrichten en de lever zijn.

Besmetting mensen

Besmetting met C. burnetti vindt voornamelijk plaats door het inademen van besmette deeltjes in de lucht, bijvoorbeeld in de windrichting van plaatsen waar besmette dieren worden gehouden. De mensen die het grootste risico lopen op het inademen of inslikken van besmette deeltjes zijn degenen die in nauw contact komen met besmette dieren, met name placenta’s of vruchtwater bij het lammeren van schapen en geiten. Het organisme kan worden uitgescheiden in de melk van besmette dieren, maar wordt effectief gedood door het pasteurisatieproces. Hoewel men vermoedt dat teken een rol spelen in de verspreiding van ziekten bij andere diersoorten, wordt niet gedacht dat ze een belangrijke rol spelen bij de overdracht van ziekten op mensen.

Geografische verspreiding

Deze bacterie komt endemisch voor bij huisdieren en sommige wilde diersoorten wereldwijd, met uitzondering van Nieuw-Zeeland, waar geen bewijs van infectie is gevonden.

Voorzorgsmaatregelen

Standaard hygiënemaatregelen moeten worden nageleefd door mensen die nauw contact hebben met de gevoelige diersoorten. Daarom is het raadzaam om beschermende kleding, zoals mondkapjes, te dragen om blootstelling aan kleine druppeltjes en vernevelde infectieuze deeltjes te minimaliseren. Boeren kunnen het risico op verspreiding van dier op dier minimaliseren door te zorgen voor de juiste verwijdering van materiaal bij het lammeren, regelmatige tests van bloed- of melkmonsters, postmortale onderzoeken van doodgeboren dieren en grondige desinfectie van de ruimtes die gebruikt worden voor het lammeren.

Externe informatie

Onderzoeksresultaten

Projecten

Overige berichten

Geen berichten gevonden.

Documenten en Publicaties