Het DWHC heeft de eerste positieve gevallen van 2026 van het Westnijlvirus (WNV) bij wilde vogels in Nederland vastgesteld: drie eksters en één kauw. Deze vogels zijn gevonden rond 10 augustus 2026 in Rotterdam.

Sinds eind juli ontvangt het DWHC opvallend veel meldingen van kraaiachtigen. Deze meldingen komen nog steeds binnen. Er zijn meerdere dode dieren opgehaald die worden getest op het westnijlvirus. Meldingen van opvallende sterfte onder wilde vogels, en in het bijzonder met meerdere vogels of kraaiachtigen, blijven van groot belang om de situatie te blijven onderzoeken.

Eerste positieve gevallen in 2026

Het DWHC test samen met Erasmus MC structureel op het westnijlvirus. Zo zijn eerder in 2026 al 83 wilde vogels onderzocht op het Westnijlvirus. De vier vogels uit Rotterdam zijn daarmee de eerste bevestigde positieve gevallen van WNV bij wilde vogels in Nederland in 2026.

Situatie in Europa

Ook in andere Europese landen is WNV bij dieren aangetoond. Volgens de internationale diergezondheidsmeldingen zijn er in 2026 onder andere positieve dieren gemeld in Nederland, België, Oostenrijk, Frankrijk, Noord-Macedonië, Duitsland, en Zwitserland. Ook in andere Europese landen wordt de aanwezigheid van het virus bij dieren gevolgd. De officiële meldingen van dierziekten worden bijgehouden in het WAHIS-systeem van de World Organisation for Animal Health (WOAH).

De meldingen bij wilde vogels zijn belangrijk omdat zij inzicht geven in de verspreiding van het virus. Verschillende vogelsoorten kunnen besmet raken, waarbij met name kraaiachtigen regelmatig worden aangetroffen bij WNV-uitbraken. De vondst van drie eksters en een kauw in Rotterdam past daarmee binnen het beeld dat in Europa wordt gezien.

Ook zijn sinds begin 2026 tot en met 21 augustus zijn er humane gevallen in 12 Europese landen gemeld: Italië, Griekenland, Roemenië, Frankrijk, Noord-Macedonië, Servië, Spanje, Albanië, Oostenrijk, Duitsland, Kosovo, en Nederland. Voor actuele informatie over westnijlvirus bij mensen verwijzen we naar het RIVM.

Help de situatie verder in kaart te brengen

Om beter te begrijpen waar WNV voorkomt en welke vogelsoorten mogelijk betrokken zijn, is het belangrijk dat opvallende sterfte onder wilde dieren bij ons wordt gemeld.

We zijn daarbij vooral geïnteresseerd in:

  • Informatie over de achterliggende sterfte:
    • Zijn er meerdere vogels dood
    • Zijn dit verschillende soorten vogels
  • Foto’s of filmpjes van het dier