it het 2025 incidentenonderzoek is voor het eerst in Nederland het Westnijlvirus (WNV) aangetoond bij dode wilde vogels (2/115; 1,7%). Het ging om twee kauwen (2/6) uit Rijswijk en Tilburg (Noord-Brabant), die respectievelijk in augustus en september dood gevonden waren. Tijdens het pathologisch onderzoek zagen we dat beide kauwen chronisch sterk waren vermagerd met parasitaire infecties en een atypisch beeld. Monsters van de dieren waren genomen en naar het Erasmus MC gestuurd waar ze positief testten op het virus.

Begin oktober 2025 is WNV ook gevonden in een muggenpool en een paard in Zuid-Holland. Een besmet dier kan het virus niet overdragen aan mensen of andere dieren, hiervoor is altijd een mug nodig. Met deze besmettingen in zowel muggen, een paard, en wilde kauwen, kan wel vastgesteld worden dat WNV circuleerde in Nederland in 2025.
In Europa zijn er in 2025 naast Nederland ook uitbraken bij paardachtigen gemeld in Italië (87), Frankrijk (57), Spanje (12), Kroatië (11), Hongarije (7), Duitsland (5), Griekenland (5), en Oostenrijk (1). Bij vogels kwamen meldingen vooral uit Italië (330), gevolgd door Duitsland (15), Spanje (4), België (3), Oostenrijk (2), Frankrijk (2), Kroatië (1), Cyprus (1) en Hongarije (1). (1)
Het Westnijlvirus wordt overgedragen tussen muggen en vogels, die het natuurlijke reservoir vormen. Veel vogelsoorten kunnen besmet raken, waaronder zangvogels, roofvogels, en kraaiachtigen (2). Vooral kraaien en kauwen raken ziek of sterven aan de infectie (3).

Zoogdieren raken ook besmet, maar spelen meestal geen rol in de verspreiding doordat het virus slechts kort in hun bloed aanwezig is. De ziekte wordt vooral gezien bij paarden en incidenteel bij andere gedomesticeerde, zoals honden en katten, of wilde zoogdieren, zoals wilde zwijnen en reeën (4). In Nederland monitort het DWHC in samenwerking met het Erasmus MC het Westnijlvirus in zowel wilde vogels als zoogdieren. Tot nu toe, is er in Nederland nog geen positief wild zoogdier gevonden.
Het virus tast vooral het centrale zenuwstelsel en andere organen aan, zoals de lever, milt, nieren en het hart. Bij vogels uit de ziekte zich vaak in coördinatieproblemen, trillingen, spierzwakte, toevallen en abnormale hoofdbewegingen. Haviken en uilen kunnen slechtziend of blind worden. Daarnaast komen algemene verschijnselen als sloomheid, verminderde eetlust en uitdroging voor. Soms vertonen vogels echter helemaal geen klachten, ondanks dat ze besmet zijn.
Het WNV is een zoönose wat betekent dat het overgedragen kan worden op mensen. In het geval van dit virus verloopt besmetting via een muggenbeet. Veel mensen met een infectie krijgen hier geen klachten van, sommige krijgen milde griepachtige verschijnselen. Een enkele keer wordt iemand ernstig ziek (1%). Kijk voor meer informatie over WNV en de mens op de website van het RIVM.
Lees meer over deze ziekte in wilde dieren: https://dwhc.nl/ziekten/westnijlvirus/
Lees meer over WNV in de muggenpool en het paard in 2025 op de website van het RIVM: https://www.rivm.nl/westnijlkoorts/actueel en de NVWA: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/dier/westnijlvirus
Bronnen