DWHC Dassenonderzoek 2013.
- In 2013 zijn meer dan 60 dassen ingeleverd. De meeste dassen waren verkeersslachtoffers, vandaar ook dat bij de meeste dassen een zogenaamd trauma werd gevonden, maar daarnaast werden ook enkele infecties aangetroffen, waaronder Morbillivirus sp, en huid-gist (Malassezia sp). Daarnaast werd ook stoflongziekte (pneumoconiose) waargenomen.
- Eén das reageerde positief op een test voor Morbillivirus sp. Tot deze ‘virusgroep’ behoort o.a. hondenziekte, mazelen en zeehondenziektevirus. Uit de literatuur is bekend dat hondenziekte bij dassen voorkomt en tot sterfte kan leiden. Honden worden normaliter ingeënt, vandaar dat deze ziekte bij honden zo goed als niet meer voorkomt. Kenmerken van hondenziekte kunnen zijn snot aan de neus, vieze ogen, moeilijk ademhalen, en eventueel verharde neus en voetzolen.
- In een zweer op de huid van een das is een gist (Malassezia sp) gevonden. Verschillende soorten Malassezia gisten komen bij de hond normaal voor op de huid en/of in de oren. Het is nog onduidelijk, wanneer en welke soorten tot huidontsteking leiden. Of en zo ja, welke Malassezia – gisten normaal op de huid van een das voorkomen, hoe gevoelig dassen zijn voor de ontwikkeling van huidontstekingen door Malassezia – gisten, en wat het betekent voor de gezondheid van de das, is nog geheel onbekend. Het kan een uitzondering zijn die toevallig is gevonden.
- Bij de meeste dassen (zo’n 90 %) is pneumoconiose gevonden. Pneumoconiose wordt ook wel stoflongziekte genoemd. De vraag bij de dassen is nu of deze longaandoening wordt veroorzaakt door inhalatie van stof uit de bodem, bijvoorbeeld van stof dat vrijkomt bij het graven van hun burcht, of stof uit de lucht. En welke stof is dan de veroorzaker?
Naast het onderzoek naar de doodsoorzaak, worden de dassen ook onderzocht op tuberculose. Er is op dit moment geen enkele aanwijzing dat tuberculose bij dassen in Nederland voorkomt.

